Belastingvrij sparen

Hoogste spaarrente » Sparen » Belastingvrij sparen

In Nederland betaal je belasting over je belastbaar inkomen uit vermogen. Omdat de belastingdienst ervan uitgaat dat je een voordeel hebt – rendement behaalt – als je spaart of belegt, moet je vanaf een bepaald bedrag belasting gaan betalen. Al het vermogen dat je op je bankrekeningen hebt staan, onder andere, moet je in Box 3 van je belastingopgave aangeven.

In dit artikel gaan we in op de volgende onderwerpen:

Wat is de belasting op spaargeld in 2021?

Als je je belastingaangifte over 2021 gaat doen, moet je je vermogen opgeven in Box 3. Je geeft je bezittingen zoals spaargeld, aandelen of een tweede woning op als vermogen. Heb je ook schulden? Dan mag je meestal de schulden in mindering brengen op de waarde van je bezittingen. Sommige bezittingen en schulden hoef je niet op te geven voor de vermogensbelasting 2021, kijk op de website van de Belastingdienst welke regels hiervoor precies gelden.

Over een deel van je vermogen hoef je geen belasting te betalen. Dit wordt heffingsvrij (belastingvrij) vermogen genoemd. Over het deel van je vermogen dat wel belast wordt, wordt een fictief rendement berekend. Vanaf 2021 betaal je 31% belasting over het aangenomen rendement van je vermogen: de vermogensrendementsheffing.

Hoeveel mag je belastingvrij sparen in 2021?

In 2021 is het heffingsvrij vermogen voor alleenstaanden vastgesteld op € 50.000. Voor fiscale partners geldt een heffingsvrij vermogen van € 100.000 als maximum. In 2020 was de belastingvrije voet op spaargeld nog € 30.846 en voor fiscale partners €61.692. Dit betekent dus dat je in 2021 (samen) meer vermogen kunt hebben voordat je daar belasting over moet gaan betalen.

Je leeftijd of levensfase maakt overigens niets uit bij het vaststellen van de vermogensrendementsheffing in Box 3. Hoeveel spaargeld mag je als 65-plusser hebben? Precies evenveel als een 18-jarige. De Box 1-heffing wordt lager zodra je de AOW-leeftijd bereikt, maar de Box 3-heffing niet.

Als je moet gaan betalen, doet het er niet toe wat het daadwerkelijke rendement over je spaargeld is. De belastingdienst hanteert een fictief rendement. Dit is een geschat percentage gebaseerd op een gemiddeld landelijk rendement. Het fictieve rendement is onderverdeeld in 3 schijven. 

Omdat de belastingdienst ervan uitgaat dat je meer belegt bij een hoger vermogen – en dus ook een hoger rendement behaalt – wordt schijf 3 het hoogst belast. Deze onderverdeling in 3 schijven is dus vooral voor kleinere spaarders en beleggers voordelig.

SchijfAlleenstaandFiscale partnersAangenomen verhouding sparen/
beleggen
Fictief rendement
1€ 50.000 tot € 100.000€ 100.000 tot €  200.00067% – 33%1,90%
2€ 100.000 tot € 1.000.000€ 200.000 tot €  2.000.00021% – 79%4,50%
3vanaf € 1.000.000vanaf € 2.000.000100% beleggen5,69%

Rekenvoorbeeld:

Je bent alleenstaand en je hebt € 169.000 aan spaargeld en geen schulden. De eerste € 50.000 aan spaargeld is belastingvrij. Dan blijft er nog € 169.000 – € 50.000 = € 119.000 over. De eerste € 50.000 valt in schijf 1 en de overige € 69.000 in schijf 2:

Schijven in Box 3Totaalbedrag in schijfFictief rendementVoordeel
1€ 50.0001,90%€ 950
2€ 69.0004,50%€ 3105
Totaal voordeel Box 3€ 4055

Over dit voordeel (rendement) van € 4055 betaal je 31% belasting = € 1257.

Tips om te sparen met belastingvoordeel

Een van de manieren om te sparen met belastingvoordeel is met een fiscale partner. Dan mag je het vermogen namelijk verdelen zodat de verdeling voor beide partners het voordeligst is. Het maakt niet uit hoe je dit doet, als het totaal maar 100% is. Voor het aangaan van een fiscaal partnerschap gelden bepaalde voorwaarden, zoals bijvoorbeeld het hebben van een samenlevingscontract of een gezamenlijke woning bezitten waarin jullie allebei wonen.

Een andere optie is sparen of beleggen in een groenfonds. Banken met een groenfonds financieren projecten voor milieubescherming. Voor deze groene beleggingen hanteert de belastingdienst een vrijstelling. In 2021 is de vrijstelling voor groene beleggingen € 60.429 zonder en € 120.858 mét fiscale partner.

Als je een pensioentekort hebt, kun je belastingvrij sparen of beleggen voor je pensioen. Je kunt per jaar niet meer belastingvrij sparen dan het berekende pensioentekort (de jaarruimte en/of reserveringsruimte). Of je een pensioentekort hebt en hoeveel je belastingvrij bij kunt sparen, bereken je op deze website van de Belastingdienst.

Je kunt niet belastingvrij sparen voor je kinderen omdat het spaargeld van een kind, totdat het 18, is bij het vermogen van de ouder wordt opgeteld. Ouders mogen in 2021 wel tot € 6604 belastingvrij schenken aan hun kind. En je kunt € 3244 belastingvrij schenken aan anderen.

Vanwege de coronacrisis zijn deze bedragen in 2021 tijdelijk met € 1000 verhoogd. Na 31 december 2021 worden de vrijstellingen weer lager. Dus als je toch al van plan was om je vermogen in Box 3 te verlagen door middel van schenkingen, is 2021 een goed jaar! 

De peildatum voor de berekening van vermogen is 1 januari van een respectievelijk jaar. Als je dus nu je vermogen verlaagt, heeft dit pas een uitwerking over je belastingaangifte voor 2022. 

Je kunt ook nog nagaan of je je vermogen in Box 3 kunt verlagen door schulden op te geven die niet in Box 1 en 2 vallen. Dit kunnen bijvoorbeeld schulden voor consumptiedoeleinden zijn, zoals de afbetaling op een auto of een vakantie, maar ook bijvoorbeeld een studieschuld. 

Je mag alleen het deel aftrekken dat boven de drempel uitkomt. Voor 2021 is deze vastgesteld op € 3200 zonder en € 6400 mét fiscale partner. 

Belastingvrij sparen samengevat

Je kunt op verschillende manieren om belasting van je spaargeld te voorkomen. Zorg je dat je in 2021 onder de gestelde grens van € 50.000 blijft. Als je hierboven komt, kun je maatregelen treffen om je vermogen in Box 3 te verlagen. Dit kun je onder andere doen door een fiscaal partnerschap aan te gaan, geld te schenken of te sparen of beleggen voor je pensioen.