Schulden in Box 3

Hoogste spaarrente » Box 3 belasting » Schulden box 3

Zodra je vermogen in Box 3 boven de vrijstellingsgrens uitkomt, ga je vermogensrendementsheffing (‘spaartaks’) betalen. Ieder jaar weer. Schulden die je hebt, kun je inzetten om je vermogen te verminderen. Maar let op: niet alle schulden komen hiervoor in aanmerking.

Loop bij de volgende belastingaangifte geen geld mis. Vind in dit artikel op hoogstespaarrente.eu een antwoord op de volgende belangrijke vragen die je kunt hebben over je schulden in Box 3:

Voordat je jezelf rijk rekent, bekijken we eerst de schuldendrempel.

Bank Looptijd Spaarrekening Rente* Opbrengst
Renault Bank Flexibel Renault Bank
Spaarrekening
0,35% € 89
+ € 25 bonus
Bekijk
details
CiviBank Flexibel CiviBank
Spaarrekening met voorwaarden
0,25% Bekijk
details
Nordax Bank Flexibel Nordax Bank
Spaarrekening
0,10% € 38
+ € 25 bonus
Bekijk
details
Banca Progetto Flexibel Banca Progetto
Spaarrekening met voorwaarden
0,05% Bekijk
details

Wat is de schuldendrempel in 2021?

In Box 3 hanteert de Belastingdienst een schuldendrempel. Dit betekent dat enkel de bedragen die boven de drempel uitkomen, meegenomen worden als vermogensaftrek. In 2021 bedraagt deze drempel € 3200 (per fiscale partner). In 2020 en 2019 was deze drempel € 3100 (per fiscale partner).

De drempel geldt voor alle schulden samengerekend. Je hoeft je bij de belastingaangifte ook geen zorgen te maken of je schulden wel boven de drempel uitkomen. Het drempelbedrag wordt automatisch afgetrokken van de schulden die je opgeeft. Vallen de schulden hieronder, dan worden ze niet meegenomen.

Nog een klein voorbeeld om het te verhelderen. Stel je doet samen met je fiscale partner aangifte. Jij hebt schulden van slechts € 1000, maar je fiscale partner heeft € 7000 aan schulden. In dit geval, worden de bedragen bij elkaar opgeteld. Hier wordt het drempelbedrag van € 6400 vanaf getrokken. Er blijft een schuld over van € 8000 – € 6400 = € 1600.

Welke schulden kan ik opgeven in Box 3?

In het lijstje hieronder hebben we de schulden die je op kunt geven in Box 3 op een rijtje gezet:

  • Schulden voor een product of commerciële dienst. Denk aan een auto of een groepsreis
  • Negatieve saldi op spaarrekeningen en betaalrekeningen
  • Persoonlijke leningen, doorlopende kredieten, schulden op een creditcard
  • Studieschuld bij de DUO, maar alleen als deze studieschuld niet meer omgezet kan worden in een gift
  • (Hypotheek)schulden voor een woning die niet in Box 1 valt (hierover later meer)
  • Erfbelasting en toeslagen die je nog terug moet betalen (andere belastingschulden doorgaans niet)
  • Schulden die je aangaat om aandelen of andere investeringen te doen (niet als ondernemer)

Er zijn nog een paar andere bijzondere schulden die je op kunt geven. Het volledige overzicht vind je in de zeer uitgebreide, maar ietwat ingewikkelde, belastinggids van de Belastingdienst voor 2021 (de zogenaamde ‘Fiscale Informatie’).

Welke schulden vallen niet in Box 3?

Je kunt niet alle schulden inzetten om je vermogen te verlagen. Dit heeft te maken met het boxensysteem van de Belastingdienst. Je kunt een schuld daarnaast nooit aftrekken in meer dan één Box. Welke schulden vallen niet in Box 3?

  • (Hypotheek)schulden voor een woning die niet in Box 3 valt (hierover later meer)
  • Termijnbetalingen van schulden met een looptijd die korter is dan één jaar
  • Betalingen zoals alimentatie die je in een andere Box af kunt trekken
  • Schulden die samenhangen met een onderneming
  • De meeste belastingschulden
  • Schulden die een schuldeiser niet op kan eisen omdat jij de langstlevende echtgenoot bent

Ook deze schulden worden allemaal in meer detail uitgelegd in de Fiscale Informatie 2021 van de Belastingdienst.

Wanneer kan ik een schuld voor een woning opgeven in Box 3?

Misschien ben je benieuwd waarom je een hypotheek eigenlijk niet op mag geven in Box 3? Je kunt immers je spaargeld – dat in Box 3 valt – inzetten om je hypotheekschuld af te lossen. De reden is eenvoudig, dankzij de hypotheekrenteaftrek profiteer je al van belastingvoordeel in Box 1. Je kunt je inkomen verlagen met de rente op je hypotheek.

Als een woning niet in Box 1 valt, om wat voor reden dan ook, kun je een woningschuld mogelijk wel aftrekken van Box 3. Dit is bijvoorbeeld het geval als je een tweede woning in Box 3 hebt. In dit geval wordt de WOZ-waarde van je woning in Box 3 opgegeven als vermogen. Vervolgens mag je de schuld die je aangaat voor deze woning wel aftrekken.

Deze schulden verlagen weliswaar je vermogen, maar de waarde van het onroerend goed dat je bezit wordt opgeteld bij je vermogen.

De Belastingdienst kijkt voornamelijk of de schuld op een woning een zogenaamde eigenwoningschuld is. Een eigen woning is iedere woning die in jouw bezit is (of in het bezit van je fiscale partner) en tevens ook je hoofdverblijf is. Het kan dus zijn dat je slechts één woning bezit, maar deze alsnog in Box 3 op mag/moet geven. Als je er niet zelf woont, bijvoorbeeld.

In ons artikel over de verschillen tussen Box 1 en Box 3 kom je meer te weten over de indeling van inkomsten en vermogen.

Schulden in Box 3 – samengevat

Je kunt schulden inzetten om je vermogen in Box 3 te verlagen. Zo betaal je minder spaartaks. De bedragen die boven de schuldendrempel vallen, worden meegenomen. Sommige schulden kun je niet inzetten in Box 3, bijvoorbeeld omdat je die al meeneemt in Box 1 (eigenwoningschuld). De Fiscale Informatie 2021 van de Belastingdienst biedt gedetailleerde informatie over de schulden die je in Box 3 op mag geven.