Belasting op beleggingen en aandelen – Box 3

Hoogste spaarrente » Box 3 belasting » Beleggen aandelen

Box 3 is de box van de gevreesde ‘spaartaks’. Zo wordt de omslachtig klinkende vermogensrendementsheffing in de volksmond ook wel genoemd. Waarom vallen beleggingen in aandelen en de meeste andere particuliere investeringen dan ook in Box 3? En hoe worden deze belast?

Het zal je misschien verbazen, maar het maakt uiteindelijk helemaal niets uit wat je met je vermogen doet. Of je nu spaart of belegt – de Belastingdienst kijkt niet naar het rendement dat je behaalt. Dit klinkt verwarrend en wijkt flink af van de belasting in, bijvoorbeeld, Box 1. Daarom beantwoorden we in dit artikel de volgende vragen om je op weg te helpen:

Bank Looptijd Spaarrekening Rente* Opbrengst
Renault Bank Flexibel Renault Bank
Spaarrekening
0,35% € 89
+ € 25 bonus
Bekijk
details
Klarna Bank Flexibel Klarna Bank
Spaarrekening
0,16% € 81
+ € 50 bonus
Bekijk
details
CiviBank Flexibel CiviBank
Spaarrekening met voorwaarden
0,15% Bekijk
details
Nordax Bank Flexibel Nordax Bank
Spaarrekening
0,10% € 38
+ € 25 bonus
Bekijk
details
Banca Progetto Flexibel Banca Progetto
Spaarrekening met voorwaarden
0,15% Bekijk
details

Hoe werkt de belasting op aandelen in Box 3?

Aandelen worden in Box 3 belast als vermogen. Dit betekent dat de marktwaarde van je beleggingen opgegeven moet worden. De peildatum voor de belastingaangifte is 1 januari van het jaar waarover je belasting betaalt. De uiteindelijke winst die je met je beleggingen behaalt, is niet van belang.

Dit laatste komt door het zogenaamde fictieve rendement. De Belastingdienst heeft ervoor gekozen om bepaalde aannames te maken over wat Nederlanders met hun geld doen. Vermogen valt zo in twee categorieën – spaarvermogen en investeringsvermogen.

Hoe meer vermogen je hebt, hoe hoger de schijven waar je vermogen in valt. In de eerste schijf – boven de vrijstelling van € 50.000 (per fiscale partner) – gaat de Belastingdienst er vanuit dat je slechts 33% van je vermogen investeert. In de hoogste schijf neemt de Belastingdienst aan dat je al het geld in die schijf in investeringen opzijzet.

Waarom is deze opsplitsing van vermogen van belang? Omdat het aangenomen (fictieve/forfaitaire) rendement op investeringsvermogen een stuk hoger is (5,67%) dan op spaargeld (0,03%). Het rendement dat je ‘behaalt’, wordt vervolgens met 31% belast.

Dit levert de volgende verdeling op van netto-belasting in de verschillende schijven. Heb je een fiscale partner? Dan verdubbel je alle onderstaande bedragen (behalve het bijbehorende belastingpercentage):

VanafTotPercentage
Vrijstelling€ 50.0000%
Schijf 1€ 50.001€ 100.0001,90%
Schijf 2€ 100.001€ 1.000.0004,50%
Schijf 3€ 1.000.0015,69%

Heb je bijvoorbeeld € 300.000 aan vermogen, waarvan je met € 280.000 aan beleggingen een rendement van 10% behaalt? Dan zou je met een niet-fictief rendement € 28.000 × 31% = € 8680 betalen. Omdat het daadwerkelijke rendement niets uitmaakt, betaal je in plaats daarvan € 3084,50:

  • Vrijgesteld (€ 50.000) = € 0
  • Schijf 1 (€ 50.000) = € 50.000 × 1,90% × 31% = € 294,50
  • Schijf 2 (€ 200.000) = € 200.000 × 4,50% = € 2790

Dit pakt dus bij een mooi rendement goed uit, maar ook als je verlies lijdt, betaal je alsnog dit bedrag. In Nederland hebben we dus geen winstbelasting en geen compensatie voor verlies.

Belasting op beleggen en aandelen in 2022

Voor het fiscale jaar 2022 heeft het kabinet kleine veranderingen aangekondigd. Zo wordt onder meer de vrijstelling aangepast aan inflatie. Het nieuwe heffingsvrije vermogen bij beleggen en aandelen bedraagt € 50.650. Het fictieve rendement op beleggingen daalt een beetje, van 5,69% naar 5,53%. Lees hier meer over in ons artikel over de grondslag sparen en beleggen in 2022.

Maakt het uit wanneer ik verkoop voor de belasting op aandelen?

Het korte antwoord is: in principe niet, omdat de winst of het verlies op je belegging niets uitmaakt voor de belasting. Als je, bijvoorbeeld, je aandelen vóór de peildatum van het volgende jaar verkoopt, en het vermogen schenkt of uitgeeft, verlaag je de grondslag sparen en beleggen, waarop de spaartaks gebaseerd is, in het volgende jaar.

Je moet je aandelen dus opgeven bij je belastingaangifte. De waarde van je aandelen op 1 januari bepaalt de hoogte van de grondslag waarop de spaartaks gebaseerd is.

Hoe zit het met dividendbelasting in Box 3?

Als je aandelen hebt, maakt het voor de Belastingdienst dus niet uit of je verkoopt met winst of verlies. Maar hoe zit het met de dividendbelasting die ingehouden wordt door bedrijven die winst uitkeren aan hun aandeelhouders?

De dividendbelasting wordt in Nederland doorgaans automatisch ingehouden door de uitkerende instantie. Omdat je over je vermogen al belastingplichtig bent, kun je deze belasting als particulier verrekenen.

Je kunt Nederlandse dividendbelasting verrekenen met je belastingaangifte. Hiervoor zet je de dividendbelasting in als aftrekpost. Je kunt aan je bank of broker vragen om een jaaroverzicht van ingehouden dividendbelasting – de zogenaamde dividendnota. Deze gegevens gebruik je vervolgens voor je belastingaangifte.

Zelfs als je helemaal geen spaartaks of inkomstenbelasting betaalt, ontvang je het bedrag terug van de Belastingdienst. Wil je meer weten over dit complexe thema? Lees dan de Fiscale Informatie 2021 van de Belastingdienst door.

Nog één tip van ons: als je dividendbelasting betaalt in, bijvoorbeeld, februari 2022 over beleggingen in 2021, kun je deze pas aftrekken bij de belastingopgave voor 2022 die je in 2023 doet. Het moment van inhouding van de belasting is van belang, niet het jaar waarop de inhouding betrekking heeft.

Natuurlijk is beleggen geen volledig Nederlandse aangelegenheid. En dit kan in het buitenland nog bijzonder ingewikkeld worden. Hoe zit het nu met bronbelasting die door een ander land, waarin een bedrijf of fonds gevestigd is, geheven wordt?

Kan ik dividendbelasting die ik in het buitenland betaal verrekenen?

De Belastingdienst is vrij duidelijk over dividendbelasting uit het buitenland. In de Fiscale Informatie 2021 wordt vermeld: “U mag in uw aangifte alleen de Nederlandse dividendbelasting verrekenen”. Het lijkt, alsof hiermee bedoeld wordt dat je buitenlandse bronbelasting niet op kunt geven. Dit klopt niet helemaal.

Verrekening van het Nederlandse deel van bronbelasting is in beginsel mogelijk. Hierbij is het belangrijk om te kijken in welk land de dividendbelasting ingehouden wordt. Heeft het land in kwestie een verdrag afgesloten met Nederland? Dan bepaalt dit verdrag welk deel in Nederland verrekend kan worden en welk deel je in het buitenland terug moet gaan vragen.

In ieder geval kun je niet meer dan 15% van het bruto dividend terugvragen in Nederland. Dit is in veel landen ook het totale tarief. In sommige landen, zoals Frankrijk (30%), wordt een hogere bronbelasting geheven. In dit geval verreken je 15% van de bruto dividendbelasting in Nederland. Het resterende deel van de bronbelasting vraag je terug in Frankrijk.

Belasting op beleggingen en aandelen in Box 3 – samengevat

Vanwege het fictieve rendement in Box 3, maakt het niet uit wat voor rendement je op je beleggingen en aandelen behaalt. Uiteindelijk is alleen de boekwaarde van je vermogen en/of investeringen op 1 januari doorslaggevend. 

Dividendbelasting die je in Nederland betaalt, kun je verrekenen of terugvragen; dividendbelasting die je in het buitenland betaalt, kun je meestal in Nederland terughalen. Als het bedrag boven de 15% uitkomt, moet je een deel in het land waarin de bronbelasting geheven wordt, terugvragen.